Er is geen falen

Woensdagavond 18u. We zitten met zijn vieren na te praten na de maaltijd. We giechelen, vertellen over onze dag, komen terug met elkaar in verbinding.

Mijn dochter, sinds 2.5 halve dag trotse leerling van de lagere school, wil nog eens oefenen met schrijven. Ze haalt haar schriftje erbij. Kijkt steels even naar mij. Het is leuker als mama meekijkt. Ze zit met het puntje van haar tong uit haar rechtermondhoek, pen in de aanslag. ‘Mama, hoe schrijf je ook  alweer jouw naam?’ Ze weet het goed, maar vertrouwt haar eigen kunnen nog te weinig...

Woensdagavond 18u. We zitten met zijn vieren na te praten na de maaltijd. We giechelen, vertellen over onze dag, komen terug met elkaar in verbinding. 


Mijn dochter, sinds 2.5 halve dag trotse leerling van de lagere school, wil nog eens oefenen met schrijven. Ze haalt haar schriftje erbij. Kijkt steels even naar mij. Het is leuker als mama meekijkt. Ze zit met het puntje van haar tong uit haar rechtermondhoek, pen in de aanslag. ‘Mama, hoe schrijf je ook alweer jouw naam?’ 


Ze weet het goed, maar vertrouwt haar eigen kunnen nog te weinig. 


‘Dat weet je meid, probeer maar.’ 


Eerst de E. Dat lukt goed. Die letter kent ze. De eerste letter van mama’s naam, van papa’s naam, geen probleem. ‘Dan de L hè mama?’ 

Ik knik. 


Er volgt nog een L, even mooi als de vorige. Dan nog een E, ook weer voor de tweede keer. 


Maar dan. De afronding van mijn naam, de vermaledijde N. 

 ‘Hoe schrijf je de ‘N’ ook alweer mama, die vind ik zo moeilijk!’ 


Voor de tweede keer zeg ik haar te proberen. We herhalen het zinnetje dat juf Ingrid er heeft ingestampt, ‘van proberen kan je leren.’ 


En ze schrijft een M. Ook een mooie letter, toegegeven. De eerste letter van ‘mama’. Van ‘Mira’, haar zus. Maar niet de laatste letter van mijn naam. 


 ‘Schat, je hebt een ‘M’ geschreven, die lijkt op de ‘N’, alleen heeft-ie een beentje teveel’, zeg ik voorzichtig. 


Ada kijkt me peinzend aan. Wat moet ze hiermee? Pen kan je niet uitgommen. 


Ik voel de bui al hangen. Donderwolkjes boven de avondlijke eettafel. Ik zet me schrap om troostende woorden te vinden, een arm rond haar schouders te wriemelen. 


Maar dan weet ze het. Ik zie het aan haar oogjes. Ze pakt haar pen. Maakt van het laatste beentje, het beentje teveel, een mannetje. Een lachend mannetje. ‘Kijk mam, nu heb ik je naam nog een beetje specialer gemaakt’, zegt ze trots.


Ik glunder. Wat heeft ze dat mooi opgelost! 


De volgende ochtend blader ik wat in ‘Mindfulness voor kinderen.’ Ik kom uit op het rubriekje ‘Er is geen falen.’ 


‘Er is enkel falen als we toelaten dat ons denken het als falen labelt’, lees ik. En ook: ‘Kunnen we falen zien als een kans, een nieuw begin?’ En: ‘Het feit dat de lat steeds hoger wordt gelegd, op school of op het werk, biedt ons weinig kans om te rijpen in het stellen van doelen op maat geschreven. Hier hebben we het over haalbare doelen, veel meer gericht op de kwaliteiten die de kinderen wel hebben. Doelen die het mooie, de diamant in het licht brengen, eerder dan van hen te verwachten wat niet bij hen past.’ 


Mijn zesjarige dochter heeft mij een waardevolle les geleerd. Ze bracht zelf haar diamant in het licht. Door in het moment te blijven, verbinding te maken met haar kracht, haar talent (creativiteit), maakte ze van wat de maatschappij als ‘falen’ zou labelen, een ‘nieuw begin’. Haar nieuw begin. 


Is je kind op zoek naar de diamant in zichzelf? Heeft je kind nood aan een duwtje in de rug? Gebrek aan zelfvertrouwen? Nood aan verbinding met zichzelf? Of een andere vraag? 


Geef gerust een seintje om samen op weg te gaan. 


Ellen Steegen 

Psycholoog kinderen en jongeren

0 0
Feed