In het bos...

We zijn ongeveer een week ver in onze quarantaine. De muren beginnen mijn richting uit te wandelen. Ook de kinderen willen even iets anders dan binnen zitten. Ik besluit met Ada het bos in te gaan. Even terug ademen, ruimte voelen. De natuur in.

We wandelen. Een koude wind omcirkelt ons, af en toe piept de zon tussen de wolken uit, schijnt stevige stralen tussen boomtoppen door. Het pad is hier en daar modderig. De grond rondom ons is nog steeds bezaaid met dode bladeren, ook al is het 21 maart. Het weinige groen is vooral mos en het eeuwige scherpe groen van naaldbomen.


Samen zoeken we naar schatten, die we in een zak stoppen voor thuis. Mooie bladeren, kleurrijke stenen, prachtige dennenappels. De natuur maakt alles zomaar ‘af’, zonder mensenhanden. Ada kijkt aandachtig rond. Vindt dan een pracht van een stok tussen de bomen: een lange, stevige stronk met een V-teken bovenop. Ze bombardeert hem meteen tot hark en kan nu ook onder de bodem zoeken naar schatten.


‘Mag hij straks mee naar huis?’ We spreken af dat als ze hem kan dragen, het mag. Ze maakt meteen plannen voor schattenjachten in de achtertuin. We wandelen verder. Een boom is helemaal over de weg heen gewaaid, aan de overkant tegengehouden door een andere boom. Een ideaal speeltuig voor Ada. Ik zet me neer tussen zacht verwelkomend mos terwijl Ada haar kampje bouwt.


‘Heerlijk is het hier mama’ roept ze regelmatig. Veel heeft ze niet nodig. Zuurstof, ruimte, natuur en af en toe wat aandacht. Geen plastieken troep of lawaaierige ondingen. Allemaal overbodig. Ik merk het hier en nu en vind het zowel confronterend als bemoedigend. Hoeveel uren heb ik al verdaan met het uitzoeken van het meest ideale verjaardagscadeau? Van het leukste, meest hippe merkje? Het voelt nu aan als verspilde tijd. Een les geleerd van mijn kleine leermeester.

 

Ze speelt naarstig verder. Vraagt of ik haar even kom helpen. Ik neem haar hark mee, leg hem even op de grond en help haar. Ze maakt een improvisorische schommel, heeft dolle pret.
Dan willen we verder. Ze reikt naar de grond. Raapt haar hark op. Haar gezicht betrekt. Er is een tand afgebroken van haar hark. Ze gaat op de grond zitten. Hoofdje in haar handen. Eventjes verdrietig zijn. Heel eventjes maar. 20 seconden. Meer niet. Dan staat ze op, neemt de ‘hark’ vast, zet hem tussen haar benen en rent er als een pijl vandoor. Op haar nieuwe bezemsteel!

0 0
Feed

Schrijf een reactie